Havo bovenbouw

Zit je in 4 en 5 havo, dan heb je soms les in klassenverband, maar vaker in clusterverband. Je leert steeds meer en beter zelfstandig te werken om zo kennis te verwerven, te verwerken en toe te passen. Zo bereiden we je goed voor op je vervolgopleiding na de havo.

In de bovenbouw heeft elk vak een bepaald aantal studielasturen. Die uren zitten natuurlijk in je lesrooster. Maar naast de lessen moet je ook zelf plannen en de leerstof doornemen. Om je te helpen werken veel vakken met een studiewijzer. Daardoor weet je voor langere tijd wat er in een periode gebeurt.

Programma van toetsing en afsluiting (PTA)

Alle toetsen en opdrachten die je in havo 4 en 5 moet maken, staan in het PTA. Dat krijg je aan het begin van het schooljaar uitgereikt. Hier staat ook in hoe vaak de toets meetelt en of het een toets is die meetelt voor de schoolexamencijfer in havo 5 en/of voor je overgangsrapport.

Profielen

Als je in de bovenbouw van de havo terechtkomt, heb je al gekozen uit een van de volgende profielen: Cultuur en Maatschappij (C&M), Economie & Maatschappij (E&M), Natuur & Gezondheid (N&G) of Natuur en Techniek (N&T).

Binnen het bovenbouwprofiel van de havo zijn er

  • vakken die iedereen moet volgen (het algemene, gemeenschappelijke deel);
  • vakken die bij het profiel horen;
  • vakken die je hebt gekozen in je vrije deel. De school vult een stukje van dat vrije deel in met het vak godsdienst. Daarnaast zitten in dit deel de uren die je besteedt aan loopbaanoriëntatie (LOB) en aan het maken van je profielwerkstuk.

Profielwerkstuk

In havo 4 ga je op profielwerkweek en start je de voorbereidingen voor het profielwerkstuk (PWS). Samen met een medeleerling doe je onderzoek dat past binnen één van je profielvakken. Je wordt hierin begeleid door een docent van dat vak. Hij of zij beoordeelt jou aan de hand van je werkstuk en je presentatie ervan voor ouders en medeleerlingen. Het maken van je profielwerkstuk is een goede voorbereiding op opdrachten die je in je vervolgopleiding krijgt: je traint academische vaardigheden zoals onderzoek doen, hypotheses testen, resultaten onderbouwen en presenteren.

Schoolexamen en centraal examen (SE en CE)

Bij de meeste vakken haal je cijfers voor je schoolexamen (SE). Daarnaast doe je ook een centraal, landelijk examen (CE). Het gemiddelde van deze twee cijfers is je eindcijfer voor dat vak. Er zijn ook vakken die alleen een schoolexamen hebben, zoals informatica. Dat SE-cijfer telt dan mee om te weten of je geslaagd bent of niet. De zak/slaagregeling wordt in het PTA aan je bekend gemaakt.
Van sommige vakken of opdrachten worden de cijfers gemiddeld. Dat heet dan een combinatiecijfer. Het gaat dan om de volgende onderdelen:

  • maatschappijleer
  • godsdienst
  • het profielwerkstuk

Deze pagina delen